Meer dan zes maanden na het zogenaamde staakt-het-vuren en mensen in Gaza worden nog steeds uitgehongerd, bedreigd en vermoord. Riham Jafari van ActionAid Palestina schreef naar aanleiding hiervan een sterk opiniestuk, hier vertaald naar het Nederlands. Lees het origineel hier.
Vanuit de Westelijke Jordaanoever, waar ik woon, voelt Gaza zowel dichtbij als onbereikbaar. Ik spreek daar elke dag met collega’s en partners. Ik hoor wat er binnenkomt, wat wordt tegengehouden en wat dat betekent voor mensen die proberen te overleven. ’s Nachts hoor ik de bommen als ik in slaap probeer te vallen.
Terwijl de onderhandelingen voortduren en de wereld wacht op updates over de voorwaarden voor een staakt-het-vuren en politieke eisen, blijft één realiteit onveranderd: humanitaire hulp aan Gaza wordt beperkt, en burgers betalen daarvoor de prijs.
Israël zegt dat het toegewijd is aan het dagelijks binnenlaten van 600 vrachtwagens met noodhulp. Maar in de praktijk is dat niet wat er gebeurt. De hulp die wel Gaza binnen weet te komen, is onregelmatig en wordt streng gecontroleerd, grotendeels beperkt tot basisvoedingsmiddelen en kleine hoeveelheden medicijnen. Noodzakelijke goederen om te overleven, zoals brandstof voor generatoren, ziekenhuisapparatuur zoals couveuses, en materialen om huizen en cruciale infrastructuur zoals rioleringen te herstellen, komen nog steeds niet door.
Dit is geen logistiek falen. Het is een systeem.
Gaza heeft dagelijks zo’n 450 ton meel nodig om de basisvoedselproductie op peil te houden. Op dit moment komt slechts een fractie daarvan via de grenscontroleposten het gebied binnen. In de hele strook zijn nog maar ongeveer 30 bakkerijen in bedrijf, wat bij lange na niet genoeg is voor een bevolking van meer dan twee miljoen mensen. Voor veel gezinnen is zelfs brood niet langer gegarandeerd.
Ziekenhuizen worden tot het uiterste gedreven. Zonder voldoende brandstof en goed functionerende apparatuur vallen generatoren uit. Als dat gebeurt, loopt de behandeling vertraging op of kan deze niet plaatsvinden, met verwoestende gevolgen.
Hoewel de grensovergang bij Rafah weer open is voor medische evacuaties, mag slechts een beperkt aantal patiënten vertrekken. Meer dan 20.000 mensen hebben nog steeds dringend behoefte aan evacuatie. Duizenden anderen hebben medische zorg nodig die in Gaza simpelweg niet beschikbaar is. Om het gezondheidszorgsysteem weer op gang te krijgen, moeten essentiële apparatuur en voorraden het gebied binnengelaten worden.
Patiënten overlijden terwijl ze wachten op zorg die eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn. Dit zijn geen op zichzelf staande gevallen; het zijn de voorspelbare gevolgen van een systeem waarin essentiële middelen structureel beperkt worden.
Meer dan een miljoen mensen leven in onveilige opvangcentra en geïmproviseerde tenten en hebben dringend behoefte aan duurzame huisvestingsoplossingen, waaronder reparaties aan beschadigde woningen en toegang tot materialen voor noodopvang.
Volgens OCHA lijden mensen in de helft van alle opvanglocaties in Gaza aan huidaandoeningen. In 80 procent van de locaties komen knaagdieren en ongedierte op grote schaal voor. Er is dringend behoefte aan basisbenodigdheden voor hygiëne, waaronder middelen voor ongediertebestrijding.
Water is een van de grootste zorgen. Nu de infrastructuur is verwoest en er geen materialen worden toegelaten om deze te herstellen, stapelt het afval zich op, is schoon water schaars en verspreiden ziektes zich. Gezinnen leven te midden van rioolwater en puin, in omstandigheden die op elke andere plek ter wereld als onbewoonbaar zouden worden beschouwd.
Dit alles gebeurt terwijl het geweld voortduurt. De vrees voor een terugkeer naar een grootschalige oorlog in Gaza neemt toe, terwijl het conflict in Libanon escaleert. Op de Westelijke Jordaanoever neemt het geweld door kolonisten in alarmerend tempo toe. Zelfs momenten van religieuze betekenis, zoals Pasen in Jeruzalem, werden gekenmerkt door geweld.
Uit dit alles is één ding duidelijk: humanitaire toegang wordt gebruikt als pressiemiddel.
Hulp mag nooit aan voorwaarden worden verbonden. Ze mag niet worden beperkt, vertraagd of onderhandeld als onderdeel van een politieke of militaire strategie. Het internationaal humanitair recht is duidelijk: burgers moeten worden beschermd en humanitaire hulp moet terechtkomen bij iedereen die het nodig heeft.
Wat we nu zien, is precies het tegenovergestelde.
Het gaat hier niet alleen om de hoeveelheid hulp die Gaza binnenkomt. Het gaat erom wat er bewust buiten wordt gehouden. Zonder brandstof kunnen ziekenhuizen niet functioneren. Zonder bouwmaterialen kunnen huizen niet worden herbouwd. Zonder materieel kan de infrastructuur niet worden hersteld. Wat overblijft is een bevolking die gevangen zit in een overlevingsstrijd en niet in staat is om zich te herstellen.
Dit is niet onvermijdelijk. Het is het gevolg van politieke keuzes.
Zolang het systeem van controle over Gaza van kracht blijft, zal de humanitaire hulp beperkt blijven en zal elke vooruitgang kwetsbaar en omkeerbaar blijven. Een tijdelijke toename van de hulpgoederen kan geen vervanging zijn voor wezenlijke verandering.
De beperkingen op humanitaire toegang moeten onmiddellijk en blijvend worden opgeheven, niet alleen wat betreft de omvang, maar ook wat betreft de reikwijdte. Dat betekent dat alle benodigdheden moeten worden toegelaten die mensen nodig hebben om een waardig leven te leiden, en niet alleen om te overleven.
Echter zoals we eerder hebben gezien, is hulp alleen niet voldoende.
Zolang het onderliggende systeem dat het leven van de Palestijnen beperkt niet wordt aangepakt, zal elke verbetering slechts van tijdelijke aard zijn. De Palestijnen hebben niet alleen toegang tot hulp nodig. Ze hebben vrijheid nodig, verantwoording en de mogelijkheid om hun leven zonder beperkingen weer op te bouwen.
Tot die tijd blijft Gaza gevangen in een crisis die volledig te voorkomen is.