Wereldwijd zitten bijna 8% van alle kinderen vast in kinderarbeid. Bijna 138 miljoen kinderen, waarvan bovendien 54 miljoen zeer gevaarlijk werk doen. Een onmogelijk en vooral ook hartverscheurend getal. Zoveel kinderen die voor weinig of geen loon dag in dag uit hard werken, die geslagen worden als ze het werk niet goed of snel genoeg doen, en die vaak bij het werk risico lopen om ledematen te verliezen of ernstige ziektes op te lopen. Dit kan toch niet?!
Naast de vele kinderen die in fabrieken werken om bijvoorbeeld kleding te maken die bij ons te koop is, zijn er ook kinderen die ‘gekocht’ worden door rijke mensen. Deze mensen maken misbruik van gezinnen in extreme armoede, vaak met allerlei valse beloftes, om zo voor weinig of geen geld een kindje mee te kunnen nemen dat ze als slaaf gebruiken. Geen loon. Geen keuze. Geen hoop op een betere toekomst. Dit is precies wat Tanuja uit Nepal overkwam.
Op zesjarige leeftijd eindigde voor Tanuja haar kindertijd. Een stel overtuigde haar vader: “Jullie zijn zo arm. Je kunt haar niets bieden. Geef haar aan ons. Wij kunnen voor haar zorgen en haar eten betalen. Ze krijgt een goede opleiding en mooie kleren.”
Niets was minder waar. Het stel nam Tanuja mee naar hun huis op het platteland in noord-Nepal, waar zij meteen aan het werk werd gezet. Iedere dag werd zij daar geslagen en uitgescholden. Eén keer zo hardhandig dat Tanuja doof werd aan één oor. “Toen ik aan één oor niks meer hoorde, verstond ik soms niet wat ze tegen me zeiden,” vertelt ze. “Daardoor werd het geweld nog erger. Ik werd geslagen, omdat ze vonden dat ik niet goed luisterde.”
Na tien jaar vond Tanuja de kracht om te vluchten. Te voet ging ze terug naar het zuiden, naar haar geboortestad. De hele tijd was ze doodsbang dat het stel haar zou vinden. Eenmaal aangekomen, realiseerde ze zich dat haar thuis niet meer bestond. Ze liep weer weg, deze keer met haar vriend Beni.
Op haar 17e kreeg ze haar dochtertje Sanskriti. Zonder hoop zat ze echter in dezelfde wanhopige situatie waardoor haar vader haar had weggegeven. Totdat ze een groep vrouwen zag samenkomen in haar dorp. In deze groep vond Tanuja mensen die haar begrijpen, een plek waar ze veilig haar dromen en ideeën kan delen. Een plek waar iedereen elkaar steunt en beschermt.
Dankzij deze groep, ondersteund door ActionAid, kon Tanuja een opleiding tot kleermaker volgen. Op haar 21e verdient ze nu haar eigen inkomen en droomt ze ervan haar eigen bedrijfje te starten. “Mijn grootste angst is dat deze steun stopt en ik er weer alleen voor sta. Toch geloof ik dat ik het wel ga redden, want de groep heeft me nieuwe kracht gegeven.”
Om kinderarbeid te stoppen, is er op alle vlakken werk te doen. Er is een wereldwijde systeemverandering nodig, zodat uitbuitende bedrijven en personen écht hard aangepakt worden als ze kinderen aan het werk proberen te zetten. Dit mag gewoon geen optie meer zijn.
Als bedrijven gedwongen worden eerlijke loon en belasting te betalen, zullen ouders/voogden ook niet meer voor de onmogelijke keuze hoeven te staan om hun kinderen weg te sturen. Alleen mensen zonder hoop zullen ooit doen wat de vader van Tanuja deed. Die cyclus van wanhoop en armoede doorbreken we door mensen opties en een toekomst te bieden.
Vrouwengroepen zijn cruciaal in het doorbreken van de cyclus. Deze groepen bieden bescherming tegen huiselijk geweld, uitbuiting en intimidatie. Vrouwen als Tanuja vinden er een luisterend oor. Ze kunnen hun dromen hardop uitspreken, zonder bang te hoeven zijn. De vrouwen steunen elkaar op hun weg naar een betere toekomst. Bovendien krijgen ze middelen om hun plannen echt uit te voeren. Daarom steunt ActionAid groepen zoals die van Tanuja. Want iedereen verdient het om hoopvol naar hun toekomst te kunnen kijken.