Home - Duurzame aarde

In gesprek met de Zuid-Afrikaanse activist Fatima Vally

Niets óver vrouwen, zonder vrouwen

In augustus 2012 worden 34 Zuid-Afrikaanse mijnwerkers in koelen bloede vermoord door de South African Police Service (SAPS), tijdens een staking tegen de Britse mijnorganisatie Lonmin. De mensenrechten van mijnwerkers worden nog altijd geschonden. De Zuid-Afrikaanse Fatima Vally maakt zich hard voor deze groep, als activist bij MACUA/WAMUA. Deze organisatie zet de belangen van mijnwerkers en hun gemeenschappen op de kaart. “Vooral vrouwen betalen de prijs voor de duurzame energietransitie, in de vorm van bijvoorbeeld seksueel geweld.”
 

Waarom moet er meer bewustzijn komen omtrent de energietransitie en de consequenties hiervan voor mensen in Zuid-Afrika?

“Zuid-Afrika bezit veel waardevolle grondstoffen. Multinationalbedrijven pakken hier zo veel mogelijk van mee en laten ons land achter in een vreselijke staat. Dat wordt vooral gevoeld door de gemeenschappen die dicht bij de mijnen wonen en werken. Deze gemeenschappen – het zijn vooral zwarte gemeenschappen – betalen de prijs voor de mijnbouwindustrie. De vrouwen in de gemeenschappen worden extra hard geraakt.”

Op welke manieren worden vrouwen precies negatief geraakt door mijnbouw?

“Als er grondstofwinning plaatsvindt, worden er vaak veel waterbronnen aangeboord. Veel gemeenschappen die wonen bij de mijnen hebben geen stromend water in hun huis. Vrouwen zijn vaak de belangrijkste verzorgers in huis. Vrouwen moeten grote afstanden lopen naar gemeenschappelijke kranen of naar rivieren. Dat vergroot het risico op blootstelling aan gendergerelateerd geweld. Voor natuurlijke waterbronnen geldt dat het water vaak vervuild is. Gemeenschappen hebben geen andere keuze dan water te gebruiken waar ze waarschijnlijk ziek van worden.

In Zuid-Afrika hebben we in ons mijncharter een clausule die stelt dat tien procent van de arbeidskrachten in de mijnbouw uit vrouwen moet bestaan. Tien procent vrouwen in dienst krijgen lukt wel, maar het behouden van die tien procent lukt niet. Als je een sector hebt die heel patriarchaal en masculien is en je stelt een quotum in… Probeer je dan om de sector fundamenteel te hervormen en meer toegankelijk te maken voor vrouwen, terwijl ze in de minderheid zijn? Het betekent ook dat vrouwen meer risico lopen op seksueel misbruik.

Zuid-Afrika kent een van de hoogste femicidecijfers. Onze audit in 2018/2019 zoomde in op gendergerelateerd geweld in mijn gebieden. Hieruit bleek dat 78 procent van de vrouwen stelde dat banen in de mijnbouw alleen te verkrijgen waren door middel van het verlenen van seksuele gunsten. Dat wil zeggen: als je als vrouw solliciteert naar een baan in de mijnbouw, moet je eerst met iemand naar bed. En ook als vrouwen eenmaal werkzaam zijn in de industrie gaat het misbruik verder. 80 procent van de vrouwen in het onderzoek gaf ook aan dat ze geen positieve ontwikkelingen zagen ten aanzien van de positie van vrouwen in de mijnbouwindustrie.”

Welke stappen kunnen we nemen om dit te veranderen?

“De Zuid-Afrikaanse regering, en in wezen het ministerie van minerale hulpbronnen, moet de door mijnbouw getroffen gemeenschappen en vrouwen erkennen. Niet in termen van naar deze gemeenschappen gaan om elke vier jaar stemmen te krijgen. Maar om de dynamiek en kracht in die structuren echt te begrijpen.

En op internationaal niveau vind ik het heel belangrijk dat er een bindend verdrag komt. We hebben veel ‘zachte wetten’, zoals de OESO-richtlijnen. Maar dat heeft het leven van de gemeenschappen niet veranderd. De OESO heeft geen grip op de praktijk.

Wat betreft gendergerelateerd geweld, de realiteit is dat gendergerelateerd geweld in Zuid-Afrika aan de orde van de dag is. Het is genormaliseerd. Dat is de realiteit waarin we leven. Er zou een politieke muur moeten komen door de regering, maar ook door de mijnindustrie. De vorm waarin gendergerelateerd geweld plaatsvindt in mijnbouwgemeenschappen heeft een andere textuur. Als de mijnindustrie hiervoor verantwoordelijk is, moet je de effecten en risico’s meten en samenwerken met de gemeenschap. En dan vooral met vrouwen.”

Dat komt ook terug in de slogan van WAMUA.
“Niets over vrouwen, zonder vrouwen. Met de organisatie zijn we in 2015 en 2016 in meer dan 150 gemeenschappen in mijnbouwgebieden geweest. Op basis daarvan hebben we tien punten opgesteld voor het herinrichten van de mijnbouwsector. Nummer negen is gericht op vrouwen. In de clausule staat dat vrouwen het recht hebben om te bepalen over alles dat hun leven, hun families en hun thuis beïnvloedt. Dat geldt zowel op traditioneel, cultureel, nationaal en internationaal niveau. Nothing about us, without us

 

 ActionAid Zuid-Afrika en MACUA/WAMUA hebben de handen ineengeslagen voor het project That’s Mine, met als doel om vrouwen uit gemeenschappen bij mangaanmijnen meer te betrekken. Wat hopen jullie hier de komende drie jaar mee te bereiken?

“We willen mensenrechtenschendingen die gepaard gaan met de duurzame energietransitie in kaart brengen. Zo kunnen we de overheid en het bedrijfsleven verantwoordelijk houden. En ook om te kijken of we nationale en internationale solidariteit kunnen opbouwen. Als we oprechte solidariteit kunnen kweken, kunnen we bedrijven pas verantwoordelijk houden.

Het bijzondere aan dit project is dat geleid wordt door vrouwen. De reden waarom dit zo belangrijk voor ons is, is dat we weten dat de energieproductie, en energie op huishoudelijk niveau, grotendeels door vrouwen wordt gedragen. Als vrouwen in staat zijn om op gemeenschapsniveau te begrijpen wat er precies speelt in hun lokale context, kunnen ze dit agenderen bij de lokale gemeente en mijnbouwbedrijven.”

Wat zou je willen zeggen tegen de regering van Mark Rutte en het bedrijfsleven?

“Ik denk dat het heel belangrijk is dat de Nederlandse overheid serieus in de gaten houdt hoe Nederlandse bedrijven zakendoen in Afrika. En om het ook te meten, niet alleen door middel van due diligence. Metingen moeten verplicht worden en er moet transparantie zijn. Bedrijven moeten daarnaast meer transparantie bieden in de processen. Ik weet dat er in Nederland en in de EU al gesprekken worden gevoerd over due diligence, maar waar ik me zorgen om maak is dat het Globale Zuiden hier niet bij betrokken wordt, en al helemaal niet de gemeenschappen die het treft.

En als je mensenrechten echt serieus neemt, moet je geen zakendoen met bedrijven waarvan je weet dat ze een zeer slechte staat van dienst hebben. Minder praten, meer actie. Dan zou ik de Nederlandse regering adviseren. Afrika zit niet te wachten op liefdadigheid. We willen dat overheden solidair zijn met onze gemeenschappen.”

ActionAid staat voor een duurzame en feministische toekomst. Hoe streven jullie dit na?

“MACUA/WAMUA wordt ook gedreven door feministische idealen. WAMUA, de vrouwenvleugel van de organisatie, werd opgericht in 2013. Het was niet alleen een reactie op het feit dat de ervaringen van vrouwen in door mijnbouw getroffen gemeenschappen anders zijn. Maar ook dat wanneer vrouwen in gemeenschappen samen optrekken, ook binnen onze eigen beweging, er ruimte nodig is. Het gaat om het creëren van safe spaces, om ervoor te zorgen dat de stemmen van vrouwen worden gehoord en prioriteit krijgen.

Hoe ziet een feministische toekomst er volgens jou uit?

“Als we kijken naar de grondwinningsindustrie is de feministische toekomst er een waar vrouwen gezien worden. Erkend worden. Dat vrouwen een stem hebben. Niet omwille van het afvinken van een boxje, maar dat die stem ook echt iets betekent. Dat vrouwen zich gezien voelen. Ik wil graag onderdeel zijn van een samenleving waarin vrouwen niet het gros van de tijd bezig zijn met veiligheidsissues. Een feministische toekomst is er een waarin de vrouwen in Afrika veilig zijn.”

Is er tot slot nog iets dat je kwijt wilt?

“Mijn slotnoot is voor de Nederlandse burgers. Ik denk dat jullie kritischer moeten zijn over hoe je consumeert. Elektrische windmolens, fietsen en auto’s: weet waar je energie vandaan komt. Veel Zuid-Afrikanen hebben zelf nog niet eens toegang tot elektriciteit. En jullie hebben het al over duurzame energie. Dat betekent dat ónze bronnen hiervoor worden aangeboord, terwijl we hier zelf geen toegang toe hebben. Er is een lange geschiedenis tussen Zuid-Afrika en Nederland. Jullie brachten de eerste multinational naar ons land. Die erfenis blijft bestaan. Spreek je overheid aan om bedrijven verantwoordelijk te houden.

Als indiviu heb je meer macht dan je denkt. Kleine dingen zoals: waar komt je T-shirt vandaan? Ga je naar de Zara of H&M omdat het goedkoper is? Of koop je lokaal? Eis meer transparantie van sectoren, zodat je weloverwogen beslissingen kunt nemen. En als je niet de juiste informatie hebt, koop iets niet. Koop minder, koop ethischer, koop duurzaam. Dat betekent dat het duurder is, omdat de arbeidskrachten betaald krijgen wat ze verdienen. Zo kun je individueel verschil maken.”