Home - Actueel - Interviews - “Als één gevangene een land kan veranderen… wat kunnen wij dan wel niet bereiken?”

“Als één gevangene een land kan veranderen… wat kunnen wij dan wel niet bereiken?”

Sisonke Msimang (1974) groeide op in ballingschap, als kind van ANC-ouders, tijdens de apartheid in Zuid-Afrika. Na een studie politicologie in de VS streed ze als social justice-activist onder meer voor vrouwenrechten, alvorens ze zich als schrijfster vestigde in Australië. Nu is de opiniemaker met de scherpe pen een paar dagen in Nederland. Wat drijft haar om zich in te zetten voor gelijke rechten?
 
“Ik vind dat we allemaal de ethische verantwoordelijkheid hebben om verder te kijken dan ons eigen leven.” Fotografie: Marc van Vuren/ActionAid

 
“Het was min of meer een natuurlijk gegeven dat ik me voor social justice ben gaan inzetten,” vertelt Sisonke als we haar spreken in het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis, waar ze net een rondleiding heeft gekregen langs de archieven van de anti-apartheidsbeweging. “Ik groeide op in een ANC-huishouden, dus rechtvaardigheid was altijd al onderdeel van mijn leven.

Mijn interesse voor vrouwenrechten ontstond toen ik tijdens mijn studie boeken las die me inzicht gaven in waarom de wereld is zoals hij is voor vrouwen. Zoals de The Female Eunuch en de boeken van Toni Morrison. Tot dan toe merkte ik wel dat vrouwen anders werden behandeld, maar nu las ik ook de theorie erachter. De Oxfam Gender Training Manual werd mijn bijbel. Ik gebruikte het elke dag, ook toen ik ging werken bij de vrouwenrechtenorganisatie Sonke Gender Justice.

Net als ActionAid werkt Sonke aan bewustzijnsverandering, vooral bij mannen. “Onze mannelijke collega’s gingen naar plekken waar veel mannen komen, zoals voetbalstadions. Zo probeerden we hun mentaliteit te beïnvloeden. Ik merk dat ik dit nu op kleine schaal nog altijd doe bij mijn zoontje – en mijn dochtertje. Doordat seksisme en racisme bij ons thuis altijd bespreekbaar zijn, is het een normaal onderwerp geworden waarvan ze zich bewust zijn. Ze houden me scherp. Toen ik mijn hoofd kaal schoor, vond mijn zoontje het vreselijk. Terwijl mijn dochtertje het voor me opnam en zei: “Waarom mogen mannen wel een kaal hoofd hebben, maar vrouwen niet?”

Op dit moment maak ik me veel zorgen over klimaatverandering. Het vergroot andere problemen en draagt bij aan groeiende ongelijkheid. Ik zou graag weer actiever zijn voor maatschappelijke organisaties. Ik denk dat we de handen ineen moeten slaan, omdat alle problemen – zoals onderdrukking van vrouwen, armoede, hongersnood, vluchtelingen en klimaatverandering – aan elkaar gelinkt zijn.

Dat de apartheid uiteindelijk is geëindigd, geeft mij hoop dat verandering mogelijk is. Ik denk dat het geheim is dat het zo concreet was en zich concentreerde op één land, en dat tegelijk zoveel mensen wereldwijd het systeem afwezen. Zo zouden we de problemen van vandaag ook moeten benaderen: behapbaar en specifiek. Als mensen het gevoel hebben dat het probleem té groot is, neemt een gevoel van machteloosheid het over.

Mede dankzij mijn jeugd in ballingschap put ik ook inspiratie uit het gedachtegoed van Nelson Mandela. Hoewel ik het zeker niet eens ben met de manier waarop hij tegenwoordig vaak wordt neergezet – als zachtaardige allemansvriend die verzoening predikte – was het wel iemand die durfde te dromen van verandering, op een pragmatische manier. Als één man in gevangenschap, verstoten van alles en iedereen, het voor elkaar krijgt om een land te veranderen, wat kunnen wij met z’n allen in vrijheid dan wel niet bereiken?

Ik vind dat we allemaal de ethische verantwoordelijkheid hebben om verder te kijken dan ons eigen leven. Wat zich afspeelt in de rest van de wereld heeft uiteindelijk ook effect op ons. Je ziet het misschien niet vandaag, maar uiteindelijk zal het ook ons raken. Zoals Maya Angelou al zei: No one of us can be free until everybody is free.”